Behoefte aan grootschalig groen aan de stadsrand

Groene doorbraak op Zuid?

Grootschalig groen en goed bereikbaar groen aan de rand van de stad is ontzettend belangrijk maar in Rotterdam ook schaars. Ik werd enthousiast van een eerste idee dat binnen de gemeente Rotterdam leeft: een nieuw 'Bos op Zuid'.

Regelmatig kom ik op een van mijn fietsrondjes in de regio langs het Buijtenland van Rhoon, een eeuwenoud poldergebied met een quasi chique naam, die het draagt sinds het in de jaren 90 is aangewezen als recreatief gebied. Het Buijtenland ligt strak achter de Ring A15 ten zuiden van Rotterdam. Via een chique fietsbrug, getiteld De Netkous – een minder chique, maar o zo Rotterdamse naam, passend in het rijtje Kuip, Koopgoot en Zwaan, daal je af en zeil je zo het gebied binnen. En meteen ervaar je de overgang van stad naar buitengebied.  

Hier krijg je het gevoel even de stad uit te zijn, een stuk in de verte te kunnen kijken, groen waar het oog reikt. Als de wind goed staat snuif je ook nog eens de geuren van het platteland op. In het gebied vind je prachtige oude boerderijen, knotwilgen, dijkjes en slootjes. Maar wil je dat gevoel vasthouden dan moet je wel de goede kant op fietsen, anders stuit je al snel op de Vinexwijk, of loop je vast tegen de infrastructuur van spoorlijnen en autowegen. Het Buijtenland is eigenlijk te klein.

De 'netkous' brengt de stedeling over de A15-corridor naar het Buijtenland
Impressie: Kuiper Compagnons / Gemeente Rotterdam

In november 2025 was ik op het Stadmakerscongres in Rotterdam, een jaarlijkse bijeenkomst voor stedenbouwers, landschapsontwerpers, initiatiefnemers en ontwikkelaars. Een belangrijk thema daar was de ‘Groene Waterstad’. Allerlei voorstellen om de stad groener te maken, singels met elkaar te verbinden en water langer vast te houden komen daar voorbij. Zelf houd ik me al jaren bezig met het onderwerp landschap en groen rondom de stad, zeg maar de gebieden als ‘Het Buijtenland’: de stukjes waar je als stedeling dicht bij huis kunt ervaren even helemaal buiten te zijn. En dan het liefst zonder de auto te pakken. Die groene stadsranden zijn lastige gebieden, want ze liggen vaak achter een ringweg of spoorlijn, waardoor je er niet gemakkelijk in fietst of wandelt. Bedrijfshallen en woonwijken rukken op. Ze pakken stukjes van het landschap af en bederven steeds vaker het zicht.

Ik sluit aan bij een gesprekstafel over ‘Bos op Zuid’. En ik ben meteen geboeid. Ontwerper van de gemeente Rotterdam Emiel Arends presenteert een eerste idee (nog geen plan) om twee grote groene gebieden aan de zuidelijke stadsrand van Rotterdam met elkaar te verbinden en te ontsluiten met een metrohalte. Want we hebben dus het Buijtenland van Rhoon, maar aan de andere kant van de drukke Groene Kruisweg en de metrobaan ligt nog een groengebied: het Bos Valckesteyn – ook al zo’n chique naam – een volgroeid bos dat is aangelegd op de plek van een nooit aangelegde snelweg. Gevoelsmatig liggen die beide groengebieden ver uit elkaar, want er is geen directe verbinding tussen de twee, maar feitelijk liggen ze naast elkaar.  

Impressie: Kuiper Compagnons / Gemeente Rotterdam
Impressie: Kuiper Compagnons / Gemeente Rotterdam

Als je die twee met elkaar verbindt over de Groene Kruisweg en de metrobaan heen, dan heb je ineens een groengebied van formaat gecreëerd. Dat zou kunnen met een fiets-wandelbrug, of met een breed groen ecoduct waar je ook mag fietsen en wandelen: ook wel ‘recroduct’ genoemd (wie verzint er een chique naam?). En dat alles op fietsafstand van Rotterdam Zuid, Barendrecht, Rhoon en Hoogvliet, samen zo’n 350.000 inwoners. Als er dan – vroeg of laat – nog eens een metrohalte bij komt kan het een landschap worden waar de hele stadsregio van profiteert, vergelijkbaar met de Zevenhuizerplas of het strand van Hoek van Holland. Een metrohalte krijg je niet zomaar – daarvoor heb je elke dag heel veel in- en uitstappers nodig – maar misschien kan er onder het ecoduct nog een Park- en Ride voorziening komen. Dan hebben we er weer een extra reden bij om de metro hier te laten stoppen.

Mijn Rotterdamse hart ging sneller kloppen voor dit Bos op Zuid. Waarom? Om vier redenen: 

Ambitie. Hè hè, eindelijk een plan dat vergelijkbaar is met ambitieuze plannen voor grote groengebieden bij de groeiende steden, zoals ze ook in de jaren dertig (Kralingse Bos) en in de jaren zestig en zeventig werden gemaakt en uitgevoerd (Midden-Delfland, Rottemeren). Het besef dat als je de stad uitbreidt, dat je dan ook de recreatiemogelijkheden en de groengebieden moet uitbreiden komt kunnen we met zo’n plan eens overtuigend neerzetten. Een mooi groot gebaar, tussen de stad en het aansluitende landschap van de Oude Maas.

Urgentie. Als we geen ruimte claimen voor beschermde natuurlijke en recreatieve landschappen bij de stad dan verdwijnen ze. Een transformatorstation of woonwijk is superbelangrijk, maar dat geldt ook voor landschap. De politieke aandacht voor woningbouw is enorm, maar als je geen recreatiemogelijkheden maakt, gaat het mis, en het gaat al helemaal fout als de woningbouw ten koste gaat van het recreatieve groen. Het is dus ontzettend belangrijk om zo’n groengebied, zo’n natuurlijk – recreatief – groen landschap te claimen en vrij te houden. Dat hoort bij een gezonde stad. Eenmaal verdwenen komt het honderd jaar niet meer terug. In Rotterdam is nu al sprake van een enorm tekort aan recreatieruimte.

Het groen ligt er al. We hoeven het alleen met elkaar te verbinden en aantrekkelijker te maken. Er hoeft vrijwel geen agrarische grond te worden opgekocht of afgewaardeerd. De metrobaan ligt er ook al. Een halte is voldoende. Maar als die halte even niet haalbaar is kan het nog steeds. En mogelijk ontstaan er nieuwe aanleidingen om het Buijtenland en het Bos Valckesteyn, nu ze samen een bos van formaat vormen, aantrekkelijker te maken, verder in te richten met fiets- en wandelverbindingen, horeca, een natuurspeeltuin, et cetera.

Dichtbij. Talrijke onderzoeken wijzen uit dat de stedeling het liefst en het vaakst vanuit haar/zijn woning, een rondje maakt, te voet of met de fiets. Fietsen en wandelen zijn nog altijd de meest populaire vormen van vrijetijdsbesteding buitenshuis, ook na de pandemie. Dit groene landschap ligt op fietsafstand van een paar honderdduizend mensen. Dat maakt het uniek.

Kortom: doen. Maar hoe komen we van idee naar plan en dan naar de uitvoering? Het begint met draagvlak in de politiek en de maatschappij. Bij de provincie en de gemeenten Albrandswaard en Rotterdam. Bij bewoners, ondernemers en natuurorganisaties en verenigingen. Misschien kunnen zij nu al samenwerken en gezamenlijke initiatieven op touw zetten. Daarnaast: placemaking, zoals dit tegenwoordig in goed Nederlands heet. Het gebied op de kaart zetten. Het besef kweken dat we hier met een uitgestrekt en aantrekkelijk groengebied te maken hebben. Misschien bouwen we een tijdelijke uitkijktoren of organiseren we een evenement? Beeldende kunst? Ten slotte is het zaak om goed te kijken met welke (kleine) maatregelen we kunnen beginnen om het gebied aantrekkelijker en bekender te maken.

Het is nog maar een idee. Maar het lijkt een geweldige kans om twee relatief kleine groengebieden aan elkaar te smeden tot een goed bereikbaar, prachtig landschap vlak bij de stad waar je, dicht bij huis, echt buiten kan zijn. Dit is iets om in 2026 verder mee aan de slag te gaan.