Toerismebeleid betekende tot voor kort Economie. Geld in het laadje. Stimuleren. Meer bezoekers, langere verblijfsduur en meer bestedingen was jarenlang het adagium. Promotie bedrijven en zoveel mogelijk bezoekers binnenhalen. Maar die tijd is voorbij. Als gemeentebestuur moet je tegenwoordig een genuanceerd verhaal hebben met woorden als ‘balans’, ‘draagvlak’ en ‘duurzaam’. En terecht. Toerisme is geen doel op zichzelf maar een middel om dingen in je gemeente voor elkaar te krijgen: werkgelegenheid, draagvlak voor voorzieningen, levendigheid. Maar wel op een manier waarbij de negatieve effecten zo klein mogelijk zijn. Hoe doe je, als overheid, het goede met toerisme? Veel steden leggen de focus op het gericht beperken van overlastgevende bezoekers. Maar we kunnen ons beter richten op de bijdrage die toerisme kan leveren aan ons klimaat, onze natuur en ons landschap. Denk daarbij aan belasting op vliegen om met de opbrengst snelle treinverbindingen te realiseren. Of aan een bijdrage van natuurbezoekers en -ondernemers aan het behoud van die natuur. Een toeristisch verdienmodel op erfgoed en landschap om het daarmee te kunnen onderhouden.  

Op 11 september verscheen er in de reisbijlage van The Guardian een uitgebreid, genuanceerd en lovend artikel over Utrecht, dat vertelde over de oude binnenstad met zijn middeleeuwse erfgoed, de nieuwe culturele hotspots buiten het centrum, de parken, de musea, TivoliVredenburg, de biercafés – met meer dan 200 soorten bier – en de goede restaurants met voor elk wat wils. Meteen de volgende dag stelde de gemeenteraadsfractie van Groen Links mondelinge vragen aan het College. Waarom? Utrecht Marketing had de journalist (die op eigen initiatief de stad had bezocht) ontvangen en de fractie maakte zich zorgen of er, met dit artikel niet teveel toeristen naar de binnenstad worden getrokken. Had Utrecht Marketing die journalist wel mogen ontvangen? De angst voor toeristen zit er blijkbaar goed in. Maar hoe groot is dit probleem werkelijk? De binnenstad van Utrecht wordt de laatste jaren wel drukker, maar het is er nog altijd veel rustiger dan in de periode tot 2008, zo blijkt uit tellingen van Locatus[1].

De toerist krijgt er de laatste tijd al snel van langs in de publieke meningsvorming. De Chinees stapt ongegeneerd je tuin binnen om door je raam naar binnen te gluren. De Britse weekendvierders maken de binnensteden onleefbaar met drugsgebruik en dronkenschap. Ilja Leonard Pfeiffer zette alles nog eens scherp neer in zijn bestseller Hotel Europa en schetste op bloemrijke wijze toeristen die eeuwenoude monumenten beklimmen en beschadigen voor een selfie of een picknick zonder ook maar enig besef te hebben van de cultuurhistorische waarde ervan. De toerist fungeert inmiddels als zondebok voor maatschappelijk onbehagen. Zo vertelde directeur Anja Niewierra, directeur van Visit Zuid-Limburg[2], dat er bij haar organisatie geklaagd werd over motorrijders die de mooie landweggetjes in het Heuvelland onleefbaar maken met hun brullende motoren en hoge snelheid. Enig onderzoek liet echter zien dat het geen toeristen van buiten betrof maar inwoners uit de streek die zich blijkbaar niet wisten te gedragen.

Menig bestuurder wil voorkomen dat zijn gemeente ‘een soort Amsterdam’ wordt, waarbij men een stad vol luidruchtig zuipende en blowende buitenlanders voor zich ziet. Maar dit – overigens serieuze – probleem doet zich maar op relatief weinig plaatsen voor, zelfs in Amsterdam. Ondertussen lijkt er te weinig aandacht voor de werkelijke uitdaging van het toerisme: het spotgoedkope vliegen dat zeer schadelijk, maar ook onbelast is en razendsnel blijft groeien; de aantasting van het landschap (denk bijvoorbeeld aan de aaneenschakeling van huisjesparken aan de kust) en de achteruitgang van de natuur. Deze ontwikkelingen zijn niet gemakkelijk terug te draaien. Dus hoe eerder we het vliegen gaan belasten om met de opbrengst nieuwe snelle spoorlijnen aan te leggen, hoe beter het is. Laten we ook de opbrengsten van toerisme in mooie natuurgebieden en landschappen genereren en gebruiken om deze te onderhouden of om boeren de kans te geven hun land zo te beheren zodat de natuur er ook een kans krijgt.  Het toerisme in Nederland zal de komende jaren nog sterk groeien.  Het is beter om dat in goede banen te leiden en te richten op profijt voor natuur, landschap en klimaat dan om angstig de deuren te sluiten.


[1] Bron: de Utrechtse Internet Courant van 23 september 2019.

[2] In een forumdiscussie tijdens de bijeenkomst ‘Waardevol Toerisme’ op 12 september in Den Haag, georganiseerd door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Related Articles

Stedelijke huiskamers gezocht

Het is makkelijker dan ooit om je te verschansen in je eigen sociale bubbel. Je boodschappen laat je bezorgen, een…

Goed bezig met toerisme?

Toerismebeleid betekende tot voor kort Economie. Geld in het laadje. Stimuleren. Meer bezoekers, langere verblijfsduur en meer bestedingen was jarenlang…

Landschap: een slecht beheerd kunstwerk

Landschappen en stadsgezichten worden al eeuwenlang geschilderd en gefotografeerd. Ze spreken tot de verbeelding. De heuvels en weiden, de vergezichten,…