Amper een maand geleden was voor velen van ons de wereld nog onze achtertuin. We hadden mogelijk al een leuke stedentrip voor het voorjaar geboekt en worstelden nog met de keuze over de zomervakantie. En nu? Sinds de ‘intelligente lockdown’ is onze achtertuin onze wereld. Transavia heeft de stedentrip gecanceld en tijdens het loopje naar de supermarkt dringt het besef door dat die zomervakantie er misschien ook wel een stuk soberder uitziet dan voorgesteld. We kunnen alleen nog maar dromen van keuzestress. Leuk is anders – overigens in de eerste plaats voor al die duizenden die hun brood in de reisindustrie verdienen en nu zonder werk en inkomen zitten. Maar ook voor ons consumenten is het slikken met die kleine wereld. Vakantie staat voor vrijheid, ontspannen, niets hoeven, in een andere wereld stappen, nieuwe perspectieven, vrolijkheid, tijd voor elkaar. De omstandigheden dwingen ons om die zaken anders vorm te geven. Misschien opent dat ook weer nieuwe perspectieven en heeft de achtertuin meer te bieden dan we dachten.

Niet omdat het moet, maar omdat het kanwas de slogan waarmee Tele2 vanaf 2015 zijn nieuwe 4G-netwerk aanprees. De slogan was onderdeel van een succesvolle campagne, waarmee dit bedrijf zijn marktaandeel flink opschroefde. Toen ik de slogan voor het eerst levensgroot zal afgebeeld op een digitaal scherm bij het station, werd ik geraakt door de tekst. Negatief. Ik voelde weerzin: ‘Dat is nu precies de moraal waaraan de wereld kapot gaat’ dacht ik, waarbij ik niet direct dacht aan het gebruik van de smartphone, maar aan ons vakantiegedrag; tja, het is mijn vak. We vliegen voor 19 euro een weekeindje naar Barcelona. We trouwen op Bali en nodigen familie en vrienden uit om met ons mee te vliegen. Ik zag in het reclamefilmpje een verwende generatie die uit verveling niet weet wat ze met hun geld en tijd moet doen.

Niet omdat het kan, ook omdat het moet. Ons vrijetijdsgedrag heeft geleidelijk het karakter gekregen van een heilig moeten. Denk aan mensen die ‘hun batterij móeten opladen’, in een yogacentrum aan de andere kant van de wereld. Mensen die ‘het echt nodig’ hebben om vier of zes keer per jaar op vakantie te gaan. Collega’s die voor de zomervakantie tegen elkaar moeten opbieden met exotische bestemmingen en bijzondere belevenissen. Immers, de vraag ‘En, heb jij al vakantieplannen’? valt onherroepelijk, vaak al in het vroege voorjaar. Vakantie is heilig en voor je collega’s vaak een beter excuus om je email niet te hoeven lezen dan als je ziek thuis zit.

Maar toch, als er een ding duidelijk is (zeker nu): ons massale en verre reisgedrag vindt niet plaats omdat het moet, maar omdat het kan. Omdat we het geld hebben om vakantie te vieren, en omdat het verre reizen zo goedkoop is geworden – ten koste van de arbeidsomstandigheden in de service-industrie en ten koste van allen die nu en later lijden onder de klimaateffecten. We doen het omdat het kan en omdat er een hele economie is ontstaan die ons stimuleert om steeds weer weg te gaan. Ja, we vinden het ook wel erg goedkoop die vliegtickets en die pakketreizen, maar ja, als het zo gemakkelijk kan, en iedereen doet het, is het wel moeilijk om daaraan niet mee te doen.   

Toen ik het Tele2 filmpje op het grote scherm in de stad een tijdje later nog een keer zag, had ik andere gedachten.  Ik was opnieuw geraakt door de tekst en het filmpje. Positief deze keer. Vanwege de vrijheid die het filmpje ademt. Vrijheid,  niet alleen om je belbundel samen te stellen, maar gewoon vrijheid om alles te doen wat in je opkomt, om niet beperkt te zijn, om geen reden te hebben, om uit de band te springen, om zomaar te dansen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Ik begreep waarom de campagne zoveel prijzen had gewonnen in de vakwereld van reclame en media.

Niets hoeven, even buiten de dagelijkse realiteit en buiten de dagelijkse orde, in een andere wereld stappen, is ook een belangrijk product van de vrijetijdsindustrie. Enerzijds met buitenlandse vakantiebestemmingen (foto’s van stille stranden, erfgoed en festivals). Of in eigen land: een weekeindje weg in een huisje op een vakantiepark: ‘Er echt even tussenuit’;  de droomwereld van een sprookjespark, terugschakelen in een wellness resort, evenementen en festivals, uitgaansleven, musea, muziek en theater. We kopen die producten, verheugen ons, soms blijkt het al snel een totale illusie, soms is het fantastische belevenis, vaak iets er tussenin.  Maar het gevoel van vrijheid, ontsnappen, iets geks of je laten verrassen door nieuwe invalshoeken en prikkels hóórt bij de vrijetijdssector en de vakantie en is misschien wel een diepe levensbehoefte.

Het kan nu even niet, omdat het moet. Het intensieve vliegverkeer zorgde in no time voor een mondiale verspreiding van een virus. En nu lukt juist dat vliegen niet meer en kunnen we zelfs bijna niet meer op vakantie. Het toerisme is een van de zwaarst getroffen sectoren wereldwijd door de coronacrisis. Op 26 maart voorspelde de Wereldtoerismeorganisatie UNWTO een daling van het toerisme met 20 tot 30 procent, goed voor een omzetdaling van 270 tot 410 miljard euro wereldwijd. Honderdduizenden banen gaan mogelijk verloren, een economische catastrofe. Reisorganisaties en luchtvaartmaatschappijen zullen miljardensteun ontvangen en anderen zullen failliet gaan. Tegelijkertijd klaren de luchten letterlijk op: de vervuiling neemt drastisch af doordat er niet meer gevlogen en gereisd wordt.  Voor ons, als consument en burger kan het even niet meer, omdat het moet. En de sneeuwtoppen van de Himalaya zijn voor het eerst in dertig jaar weer zichtbaar op 200 kilometer afstand vanuit India.

Het kan verkeren. Riepen sommige collega’s in januari nog dat zij dat weekje naar Thailand absoluut niet konden missen vanwege een ‘lege batterij’; nu zijn we al blij als we in een land of stad wonen waar we even naar buiten mogen voor een frisse neus. Ons thuisarrest brengt ons mogelijk in contact met onze behoefte aan vrijheid, om gewoon ergens heen te kunnen omdat het kan. Om eruit te gaan, om te sporten en te dansen, om te genieten van cultuur en evenementen, om vreemden op straat te ontmoeten. We realiseren ons misschien hoe belangrijk dat is, juist ook omdat het niet meer kan. Of we ontdekken nieuwe mogelijkheden om er ‘echt even tussenuit’ te gaan. Misschien met een (dag)boek, een spel of een film. Misschien mogen we binnenkort wel weer in eigen land op vakantie en ontdekken we Nederland met nieuwe ogen.

Als de reisindustrie weer op gang komt en de mogelijkheden zich openen zullen we zien hoe het wereldtoerisme zich ontwikkelt. Het zal waarschijnlijk best een tijd duren (jaren) voordat de toerismebestedingen weer op het niveau van vorig jaar zitten, net als na de crisis van 2008. Misschien ook treedt er een effect op waarbij mensen fanatiek hun ‘bucket list’ afwerken en nu toch echt snel de Borobudur, de Eiffeltoren of de gletsjers op Vuurland zelf op de foto willen zetten. Immers er kan zo weer een virus uitbreken.  Mogelijk zijn er ook mensen voor wie het verre reizen juist minder tot een heilig moeten is geworden. Ze hebben dichter bij huis misschien andere vormen van vrijheid, andere vormen van ontsnapping of (ont)prikkeling gevonden. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Related Articles

Stedelijke huiskamers gezocht

Het is makkelijker dan ooit om je te verschansen in je eigen sociale bubbel. Je boodschappen laat je bezorgen, een…

De achtertuin als onze wereld

Amper een maand geleden was voor velen van ons de wereld nog onze achtertuin. We hadden mogelijk al een leuke…

Goed bezig met toerisme?

Toerismebeleid betekende tot voor kort Economie. Geld in het laadje. Stimuleren. Meer bezoekers, langere verblijfsduur en meer bestedingen was jarenlang…